Bestuursleden namen afscheid

Aan het eind van het 50-jarig bestaan van de Botterstichting Elburg namen drie bestuursleden afscheid: Henk Walles, Agaath de Weerd en Jan van Loo. Dus is het nu een goed moment om deze drie toppers nog eenmaal in het zonnetje te zetten. Overigens blijven ze allemaal als vrijwilliger betrokken bij de stichting.

Henk Walles
 ‘Het begon eigenlijk allemaal op het ijs,’ vertelt oud-voorzitter Henk Walles met een glimlach. ‘In de winter van ’83, toen ik net in Elburg was komen wonen voor mijn werk, ontmoette ik tijdens het schaatsen op het Veluwemeer Henk Hulst. We raakten bevriend, en twee jaar later ging ik met hem mee op zijn jachtbotter de Bruiser naar Sail Amsterdam. De Botterstichting was toen nog klein; bijeenkomsten werden gewoon gehouden in het ‘bovenonder’ van Henk z’n werkplaats.’ In 1990 werd Henk vrijwilliger. ‘Het was een kleine, gezellige club. Het water trok me, maar ook de historie van de botters en van Elburg zelf. Dat heeft me nooit meer losgelaten.’ Er volgden talloze zeilwedstrijden en bottertochten over het IJsselmeer, maar ook veel gezamenlijke klussen. ‘We maakten met een stel mannen de Kop van ’t Ende schoon. En in 1995 bedachten we dat we, net als andere vissersplaatsen, in Elburg ook een Bedrijvenwedstrijd konden organiseren. We begonnen met tien schepen, en inmiddels zijn de Botterdagen uitgegroeid tot het grootste botterevenement van Nederland. Dat is mede te danken aan de steun van het bedrijfsleven en de enthousiaste inzet van onze vrijwilligers.’

In 2000 werd Henk gevraagd om toe te treden tot het bestuur. ‘Ik was voor mijn werk net gestopt bij het arrestatieteam, dus ik kreeg iets meer regelmaat in m’n leven,’ zegt hij lachend. ‘En dat kwam goed van pas.’ Een van de hoogtepunten uit zijn bestuursperiode was de verhuizing van de Bleek naar de huidige locatie ‘de Hellege’ van Balk. ‘Dat was een intensieve, maar ook ontzettend mooie tijd. De eerstesteenlegging en de verhuizing naar Havenkade 39 waren echte mijlpalen.’ Ook de groei van de stichting vervult hem met trots. ‘We zijn van een vriendenclub met een paar schepen uitgegroeid tot een financieel gezond bedrijf met een duidelijk herkenbare organisatiestructuur en negen botters.’ Met het Leerbedrijf, waar Cees Leusink zijn kennis overdraagt aan vrijwilligers, kan het onderhoud van de historische schepen inmiddels volledig in eigen beheer worden uitgevoerd. En dan is er nog de jeugdopleiding, waar Henk zichtbaar enthousiast over is. ‘Er zijn nu zo’n vijfentwintig jeugdleden. De eerste lichting is al schipper, anderen zijn druk bezig met hun vaaropleiding. Die overdracht naar een nieuwe generatie… dát voelt als een geslaagde missie.’ 

Het jubileumjaar 2025 markeert een bijzonder moment in de geschiedenis van de Botterstichting. ‘Vijftig jaar! Met een jubileumboek, een expositie, een driedaagse IJsselmeertocht voor onze vrijwilligers, bungee roeien, uitgebreide Botterdagen en de feestelijke afsluiting op 3 oktober met een receptie en de show Muziek & Licht in de Haven. Wat hebben we samen mooie dingen neergezet.’ De stichting telt inmiddels bijna 200 vrijwilligers. ‘De een wat actiever dan de ander, maar samen houden we de Botterstichting levend in de Elburger gemeenschap.
Ook over de samenwerking binnen het bestuur spreekt Henk met waardering. ‘We zijn een hechte club. Natuurlijk waren er wel eens stevige meningsverschillen, dat hoort erbij. Maar er was altijd onderling respect.’ Het wegvallen van bestuursleden en vrijwilligers liet sporen na. ‘Dat heeft me geraakt. En de coronaperiode vond ik spannend; we hebben veel oudere vrijwilligers, en dan hoop je dat iedereen er goed doorheen komt. De betrokkenheid binnen onze stichting is groot en ik ben dankbaar dat ik ook daar onderdeel van mag zijn.’ Zijn opvolger Freek Witter wil hij meegeven: ‘Blijf trouw aan de waarden en normen die we samen hebben opgebouwd. ‘Kan niet, bestaat niet’, dat motto past perfect bij onze stichting. Wees niet behoudend en blijf vooral jezelf. Eerlijk en oprecht.’ 

Agaath de Weerd-Deetman
Negentien jaar geleden werd Agaath de Weerd benaderd door toenmalig bestuursleden Henk Hulst en Hans van den Pol. De aanleiding was de organisatie van een bijzondere herdenkingsbijeenkomst in de Sint Nicolaaskerk. Elburg herdacht dat 10 juli 1956 de ringdijk van de Flevopolder dichtging, een halve eeuw afgesloten van het open water. Het jaar 1956 was een zwart jaar voor de vissers in Elburg, het was een nog ingrijpendere wending in de geschiedenis van Elburg dan de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932. Voor Agaath begon zo een lange en betrokken periode bij de Botterstichting. Nu neemt ze afscheid als bestuurslid. ‘Ik begon met het notuleren, wat toen overigens nog gewoon met de hand ging.’ Later nam ze het secretariaat op zich. Ze stond met het bestuur aan de basis van de werf op de huidige locatie en herinnert zich nog de geweldige organisatie rond de komst van Prinses Margriet bij de opening. ‘Wat een protocollen en regels waren toen van toepassing!’ Met een team van enthousiaste vrijwilligers heeft ze de basis van het museum neergezet. Een van de basisvoorwaarden van de Botterwerf: dat wat beneden werd uitgevoerd, moest boven zichtbaar zijn. 

Als je Agaath vraagt naar het hoogtepunt van haar tijd bij de Botterstichting, hoeft ze niet lang na te denken: het informele karakter van de beginperiode. De heerlijk ongeordende vergaderingen en zeker ook de momenten daarna in de kantine op de Oude Bleek zal ze niet snel vergeten. ‘Het informele; juist dat maakte die begintijd zo bijzonder.’
‘Vrijwilligerswerk heeft echt een functie. In je werk zijn de verwachtingen vaak hoog en moet je veel. In het vrijwilligerswerk mag je van alles. Vanuit saamhorigheid ga je samen voor een klus. Niet omdat het moet, maar omdat het je een gevoel van tevredenheid geeft. Juist het samen. Dat geeft energie en verbindt mensen met elkaar. Het cement van de samenleving!’ Deze sociale betrokkenheid heeft duidelijk een maatschappelijke meerwaarde. ‘Door het samen te doen en om te zien naar elkaar, laat je elkaar niet vallen. Je bent er met en voor elkaar, los van je functie en/of status in het maatschappelijke leven. Daarnaast helpt het mensen – vooral nieuwe mensen – om een plekje te vinden in Elburg. Sterker nog: je wordt met elkaar een stukje Elburg. Vaak zien we binnen onze club dat mensen ervoor kiezen om iets te doen wat ze normaal niet doen en juist daarom hebben ze plezier in wat ze doen. Samen werken, samen het resultaat vieren. De botter is een middel, en niet het doel,’ benadrukt ze. ‘Een verbindend element. Uiteindelijk gaat het erom dat we elkaar ontmoeten, dat we iets samen in stand houden. De menselijke kant is het belangrijkst.’ 

Agaath hoeft niet lang na te denken over waar ze het meest trots op is. ‘Iedere keer als er een botter te water werd gelaten, dacht ik: dat hebben we toch weer mooi voor elkaar gekregen. Het zijn dat soort momenten waarop alles bijeenkomt – inzet, samenwerking, financiering, vakmanschap én liefde voor het varend erfgoed.’ Maar wat haar het meest raakte waren de bedrijvenwedstrijden tijdens de Botterweekenden. ‘Als je dan op een botter stond en de horizon zag, vol bruine zeilen op het water, dan dacht ik: zo was het vroeger dus.’ Deze schepen vertellen het verhaal van de vissers van vroeger. ‘Hoe mooi het plaatje nu ook is met zoveel schepen op het water, vergis je niet, het was hard werken, en vaak een zwaar leven.’
Helemaal afscheid nemen doet Agaath niet. ‘Ik blijf gids in het Bottermuseum. En mocht de ruimte er weer zijn, wie weet wat ik dan nog kan doen. Ik laat de Botterstichting niet los. Het zit – ook gedeeltelijk vanuit de touwbaan – in m’n DNA: Elburg, varen, historie.’ Tot slot heeft Agaath nog een boodschap de stichting: ‘Zorg dat je een mooie groep behoudt. Heb oog voor de sociale component, zie elkaar staan. En zoek elkaar waar nodig op. Het gaat om samen!’ 

Jan van Loo
Ook Jan van Loo heeft afscheid genomen van het bestuur. Een regelmatig en graag geziene gast aan de keukentafel in de kantine, met veel kennis over de stichting, het Leerbedrijf en varen. ‘Ik ben rond 2000 bij de Botterstichting terecht gekomen. Ik werd gevraagd om mee te helpen bij de organisatie van het feest na de Bedrijvenwedstrijd in ’t oude Blinde Peerd. En ik kende natuurlijk al een aantal mensen. Die beginjaren, dat was een prachtige tijd. In ’t Blinde Peerd daar liggen mijn mooiste herinneringen. Er was altijd wel wat, die feesten waren nooit saai. Dan kwam de brandweer weer binnen, want de netten hingen te dicht bij de verlichting… Of toch te veel volk binnen; maar we wisten het altijd wel weer te op te lossen. ‘ 

Wat sprak je toen je vrijwilliger werd het meest aan in de stichting en haar doelstellingen? ‘Het is prachtig om het cultureel varend erfgoed in stand te houden. En dat sprak en spreekt me nog altijd aan. We moeten de geschiedenis levend houden. En dat deden we als kameraden. Natuurlijk ging er wel eens wat fout; natuurlijk waren er wel eens woorden. Maar dat werd altijd weer opgelost. Ik kwam in 2010 in ’t bestuur, direct na de aankoop van de werf Balk. Als vervanging van Daan Balk, die te druk werd met zijn bedrijf. En Hans van den Pol en Henk Hulst waren in ’t begin echt de twee kartrekkers.’
Jan is uiteindelijk 15 jaar bestuurder geweest, een hele tijd. In die jaren had hij binnen dat bestuur zo zijn stokpaardjes. ‘Ik was betrokken bij het regelen van de vaartochten. Hans van den Pol en ik hebben de werkgroep Varen en het boekingssysteem verder opgezet. De eerste moeilijke klus bleek het moment dat de VVV dicht ging. Onze verhuur liep toen namelijk via het ‘grote boek’ dat door de medewerkers van de VVV werd beheerd. Hans en ik bedachten toen dat mensen via een website en boekingsmodule hun bottertocht konden gaan boeken. En dat systeem gebruiken we feitelijk nog steeds. Inmiddels hebben we onze eigen IT-groep en is alles in eigen beheer. Dat loopt als een trein. Dus die verandering is een goede zet gebleken!’ Wat heeft je geraakt en waar ben je trots op? ‘Dat ik een deel was van het bestuur en dat we als bestuur toch mooie dingen voor elkaar kregen: het boekingssysteem, het leerwerktraject en de continuïteit in de WG Varen en het aantal varenden. Zelf heb ik eerlijk gezegd nooit als schipper of opstapper gevaren. Ik heb mijn eigen schip, misschien daarom wel niet. Bovendien dacht ik laat mij maar besturen. 

En dan is er natuurlijk het bestuurlijke verandertraject. Want je moet mee met de tijd. De organisatie groeide enorm. Je moet vrijwilligers meer betrekken, kunt en moet niet alles zelf willen doen als bestuur.’ En de andere kant? ‘Ik vond de Coronatijd een bijzonder moeilijke periode, onze leermeester helemaal alleen op de werf. We hadden na het eerste jaar geen inkomsten en hoe ga je dat dan weer oppakken. Uiteindelijk is het weer goed gekomen en hadden we meteen weer heel goede financiële jaren.’
‘Ik hoop overigens dat men de continuïteit in de stichting kan behouden. Op het gebied van vrijwilligers, bestuurders… Mensen die de schouders eronder kunnen en willen zetten. Dan gaan alle activiteiten min of meer vanzelf. Tegelijkertijd heb ik alle vertrouwen in de nieuwe groep bestuursleden en de vrijwilligers! Het bestuur zou ik mee willen geven: Blijf betrokken bij de vrijwilligers, we moeten elkaar helpen om het cultureel erfgoed in de vaart te houden! De nieuwe bestuursleden wens ik verder toe dat ze ook met nieuwe ideeën komen; naar nieuwe ideeën luisteren en dat ook toe durven passen. Trouwens, ik blijf actief in de Werkgroep Leerbedrijf, want dat vind ik heel leuk en ik denk dat ik daar echt nog mijn steentje aan bij kan dragen. Het Leerbedrijf met z’n leermeester en stagiairs is de ziel van de Botterstichting. We moeten ook daar de continuïteit blijven waarborgen.’